Voor jonge maker Yeliz Doğan is het toneel haar woonkamer
Het leven kan behoorlijk pittig zijn. Hoe navigeer je dan als vrouw, theatermaker en simpelweg als mens? Door zelf ook pit te tonen. Yeliz Doğan is een dertiger die stevig in het leven staat en haar droom als maker volgt op pure, rauwe intuïtie. In persoonlijke one-woman shows, waarin ze het autobiografische niet schuwt, zet ze haar binnenwereld om in herkenbaar en confronterend theater. Ze gunt je een openhartig inkijkje in het bestaan van een jonge theatermaker binnen een sector die niet altijd makkelijk te doorgronden is. Wat zijn de grootste obstakels en misschien nog belangrijker: wanneer voelt het als thuiskomen?
Dit interview liever kijken of luisteren? Klik dan op de podcast onder aan deze pagina!
Je brengt met je tweede voorstelling Je bent pittig de struggles van een hedendaagse jonge vrouw aan het licht. Hoe ervaar jij het om een jonge vrouw te zijn in 2026?
Yeliz: “Het is veel. En eigenlijk ook best pittig. Ik ben niet per sé bezig met de volgorde van huisje, boompje, beestje of waar je makkelijk bij zou kunnen passen. In alles wijk ik af. En als je pad niet rechttoe rechtaan is, ben je de hele tijd aan het uitvinden wat je pad wel is en hoe je die moet belopen. Dat is best wel veel eigenlijk. Maar ik vind het ook wel heel leuk om dertiger te zijn. Als ik het moet vergelijken met een twintiger, zijn de grenzen nu veel sneller behaald. Dat ik denk: ‘Oké, dit is mijn grens en niet verder dan dat.’ Het zorgt ook voor helderheid. Ik heb niet echt hoeven leren ‘nee’-zeggen. Maar ik merk dat mijn geduld minder werd. Als ik bijvoorbeeld ergens mee te maken krijg wat ik niet tof vind, geef ik het één of twee keer aan en dan is het gewoon klaar. Heel veel ruis gaat daarmee weg. Dat vind ik lekker.”
Je hebt #MISLUKTINLIEFDE gemaakt over liefde en verwachtingen. Wat heb je geleerd op dat vlak tijdens het maakproces?
“Eigenlijk heel veel. Ik vertrek altijd vanuit mijzelf en daar betrek ik mensen bij. Ik vind het heel fijn om samen iets te maken. Ik ben erachter gekomen dat ik een co-maker ben. En terwijl je het samen ergens over hebt en de vloer op gaat en dingen uitprobeert en blootlegt, leer je hoe je zelf in dingen staat, hoe je reflecteert en wat je normen en waarden op dat moment zijn. Tijdens het maken geef je jezelf antwoord op de vragen die je hebt.”
Leer je jezelf beter kennen tijdens zo’n proces?
“Ja. De manier waarop ik te werk ga, is door samen met mijn regisseur heel veel te praten. Praten, praten, praten. Maar wel functioneel praten. Dan ontstaan er dingen die ervoor zorgen dat er theater uit voortkomt. Ik denk wel dat ik mezelf daardoor beter leer kennen. Je staat gewoon even stil en je neemt een goede adempauze. Ik vind het juist fijn aan theater dat je een moment van verstilling kan hebben en gewoon even kan inchecken.”
"Ik denk juist dat je bij de mensen
die heel sterk zijn
even moet inchecken”
Je lijkt in je voorstellingen een beetje tegen de vooropgezette kaders van sociale normen aan te schoppen. In een ideale wereld, hoe hoop je dat mensen met vooroordelen omgaan?
“Door gewoon af en toe je mond te houden. Gewoon even terug checken bij jezelf. Ik kan soms best wel judgy en open-minded tegelijk zijn, dat geef ik gewoon toe. Als ik iets afkeur aan een ander, denk ik bij mezelf wat mij moeilijk afgaat. Eigenlijk kaats je het dan terug naar jezelf. Het is allemaal veel gelaagder dan we in eerste instantie zien, toch? Maar soms denk ik, heb gewoon iets meer respect en leer ook af en toe slikken. Mijn moeder zegt altijd: ‘Als je niks leuks te zeggen hebt, houd dan gewoon je mond.’ Daar zit wel wat in.”
Mensen lijken zachtheid nog steeds als een soort zwakte te beschouwen. Hoe zorg jij ervoor dat dat stereotype rechtgezet wordt?
“Ik probeer met deze voorstelling te laten zien dat je er ook op een andere manier mee om kan gaan. Zacht zijn gaat ook over je kwetsbaar opstellen, maar daar ook ruimte voor kunnen hebben. Het is niet een gegeven dat dat ook altijd kan. Dus het is niet per sé vanzelfsprekend dat je in elke situatie heel zacht kan zijn. Dat probeer ik bloot te leggen, dan kunnen mensen bij zichzelf wel even kijken van: hé, zo kan het ook. Als iemand bijvoorbeeld een stomme opmerking maakt… ik ben niet op mijn mondje gevallen. Ik heb bijna overal een antwoord op, tenzij ik moe ben want dan zeg ik niks. Zacht zijn is geen zwakte. Dat wordt wel vaak nog zo gezien. Je moet sterk zijn, niet huilen, heel zwart wit. Ik denk juist dat je bij de mensen die heel sterk zijn even moet inchecken.”
Je maakt voorstellingen gebaseerd op je eigen leven. Hoe besluit je waar de grens ligt tussen wat je wel en niet met je publiek wil delen?
“Aanvoelen. Dat vind ik ook het leuke van maken. Als kijker kan je nooit echt weten of het echt autobiografisch is, of toch verzonnen. Het is natuurlijk een uitvergrote versie van mezelf die ik op dat moment laat zien. En als ik voel dat we het niet moeten doen, doen we het ook niet. Als mijn regisseuse Ira Judkovskaja vindt dat ik toch met de billen bloot moet, dan kijk ik er wel nog een keer naar. Maar als je voelt dat je het niet wil, dan moet je het ook gewoon niet doen.”
"Welkom in mijn woonkamer,
ga maar zitten.”
Je werk is persoonlijk, maar het wordt ook door een zaal vol onbekenden ontvangen. Hoe beïnvloedt het publiek jouw vibe op het toneel?
“Dat verschilt heel erg met wie je tegenover je hebt zitten. Het kan soms nog een beetje spannend zijn, hoor. Het is je werk, maar je geeft ook heel veel bloot. Soms moet ik daar wel van bijkomen. Dan denk ik: Jeetje, sta ik weer met mijn hele ziel op tafel, dit is hoe ík het zie. Ook al is het een uitvergrote versie.
Soms heb je publiek waar je heel lekker mee pingpongt, dan ben je samen aan het bouwen en soms heb je dat je denkt: ja nou, ík vind het in ieder geval wel leuk. Maar je weet niet hoe ze het ervaren. Soms heb je gewoon heel stil publiek. Ik heb liever dat het publiek hardop lacht of een reactie geeft, dan heel timide is. Dat is best lastig omdat je niet weet of ze mee zijn of niet.”
Je voorstellingen zijn allebei one-woman shows. Hoe bereid je je voor op zo’n kwetsbare voorstelling waarin je aangewezen bent op jezelf?
“Door heel veel te schrijven. Wat er tot nu toe vaak gebeurt, is dat er iets ontstaat of gebeurt in mijn leven waarbij ik ergens nét even anders over denk. Dus hoe zit dit nou? Dat idee giet ik om naar theater. Dus ik ga heel veel schrijven, leg het voor en daar komt een thema uit naar boven, waarna ik te werk kan. Ik vind het fijn om dingen uit te pluizen en niet altijd alles maar aan te nemen. Heel leuk, de wereld gaat continu over de liefde, maar wat is er aan de hand met de andere kant, hoe zit dat en hoe zit het met onze grenzen? Ik vertrek dus misschien wel vanuit mezelf, maar ik betrek het wel universeel. Want ik denk dat iedereen er iets in kan vinden, je hoeft niet per sé vrouw te zijn om naar mijn voorstelling te komen kijken.”
Heb je een pre-show ritueel?
“Ik heb een mini-ritueel. Ik zet heel vaak voordat ik op moet muziek van Beyoncé op, dan laat ik al mijn onzekerheden in de kleedkamer achter en dan gaan we deze shit gewoon rocken. Klaar. Dus er gaat wel een soort knop om. Dat moet wel, anders kan ik die show niet dragen. We hebben namelijk allemaal last van stemmen. Ik heb daar geen tijd voor. Ik wil gewoon mijn verhaal vertellen en gaan! Anders heb je halve energie, daar heb je niks aan.”
Wat vind je waardevol aan op het toneel staan?
“Het is heel echt, ook al speel je. Ik vind theater iets magisch hebben en ik vind het heel waardevol dat je een wereld kan creëren en gewoon kan zeggen: welkom in mijn woonkamer, ga maar zitten. En dat het gewoon live is. Live muziek, op dát moment.”
"Yel, je doet al jaren hetzelfde,
waarom ben je nog steeds zenuwachtig?”
Je hebt ook gespeeld in verschillende theatergroepen. Wanneer kwam je tot de beslissing om een solocarrière na te jagen?
“Ik speelde al veel in groepen waar ze vanuit de ‘makende speler’ vertrokken. Als makende speler voer je heel veel uit, ondanks dat je in opdracht bent van iemand anders. Op een gegeven moment voelde ik de noodzaak om iets solo te vertellen. Op jonge leeftijd was ik al bezig met theater en toen dacht ik al dat ik op een gegeven moment een solo zou maken, ik wist alleen nog niet hoe of wanneer. Met een solo kan je een eigen wereld creëren en hoe vet is dat?”
Was het lastig om die beslissing te maken?
“Nee, dat ontstond gewoon zo. Met #MISLUKTINLIEFDE trok ik aan de mouw van Priscilla Vaudelle en vroeg: ‘Hé, ik heb een verhaal en ik weet niet hoe, maar wil je me helpen?’ Het was puur intuïtief. Zij zei dat ik me aan moest melden bij Reuring, dat is een jonge makers festival. Van het één kwam het ander en ik ging me ontwikkelen en bedacht me hoe gaaf het zou zijn als ik een heel team om me heen zou hebben met de tijd om iets heel vets neer te zetten. En dat is gelukkig gelukt. Voor ieder onderdeel heb je dan iemand. Het voelt een beetje als de Efteling. Het is heel magisch als je echt vette shit aan het maken bent met z’n allen.”
Hoe ziet jouw maakproces er concreet uit?
“Heel veel praten met Ira, met betrekking tot Je bent pittig. En dan doorwerken vanuit teksten die ik had geschreven. Dus eigenlijk zo: praten, schrijven, doorwerken, praten, schrijven, doorwerken. Al die gesprekken ontleden we, daar zit de kern van wat we willen zeggen en dat stoppen we in een theaterjasje.”
Wat is het spannendste moment in je proces?
“Ik heb heel lang gewerkt met Onur Kaletas, een hele goede muzikant, en elke keer als we speelden was ik zenuwachtig en toen zei hij: ‘Yel, je doet al jaren hetzelfde, waarom ben je nog steeds zenuwachtig?’ Daar zit echt wat in. Ik houd het toch. In het begin moet je nog even inspelen, maar op een gegeven moment heb je ze. En soms heb je gewoon publiek waar je heel lekker op gaat, die jou omhoogtillen, waardoor je echt vliegt. Dat verschilt soms en dat is ook goed want dat houdt je scherp. Ik heb ook wel eens gehad dat ik te relaxt was, dan word je echt bang. Je moet jezelf scherpstellen. Je kan niet relaxt zijn, want je zit niet op de bank. Dus zorg ervoor dat je aan bent.”
"Blijf delusional en
laat je niet weerhouden”
Welke obstakels kom je tegen als jonge maker in de sector?
“Dat je niet weet waar je moet zijn. Ik heb heel veel mensen aan hun mouw getrokken en gezegd: ‘Hé, ik ben nieuw, ik weet niet hoe het werkt. Ik speel al wel, ben uitvoerend, maar wil ook maken. Ik weet niet hoe het werkt, wil je koffiedrinken?’ Ik ben gewoon heel veel koffietjes gaan drinken. Ik zweer het, die stempelkaart was vol. Ik kom oorspronkelijk uit Zwolle en daar wilden ze jonge makers ondersteunen. Daar heb ik een soort traject gekregen, waarin ik stappen kon zetten. Uiteindelijk kwam FACTOR op mijn pad en kon ik als maker pitchen voor een mastertraject. Daar kreeg ik een goed bedrag om me te ontwikkelen. We hebben gekeken wat we daarmee konden en een combinatie gemaakt. Maar het is wel lastig, er is niet een soort vaste route die je kan afleggen.”
Wat zou jij beginnende makers willen zeggen?
“Blijf delusional. Ergens zorgt je naïviteit er ook voor dat je groots kan denken en dat je je niet laat weerhouden. Heb gewoon schijt en probeer te kijken wat er nog meer is dan alleen de randstad. Er zijn nog zoveel kleine plekken waar je ook toffe dingen kan doen. En dat gewoon doen en meters maken. Wat er is, is soms best klein, dus hou je oogkleppen breed en ga gewoon stug door.”
Wanneer voelt theater maken voor jou als thuiskomen?
“Eigenlijk al in het begin van het proces. Omdat je heel erg geluid geeft aan je eigen binnenwereld en wanneer je dat daadwerkelijk een podium kan geven met anderen, ben je al thuis. Dan hoeft je het alleen maar over te dragen. Welkom in mijn woonkamer.”
Deze aflevering is gemaakt in samenwerking met Oproer Theater, een landelijk initiatief waarin acht productiehuizen hun krachten bundelen om jonge makers te ondersteunen in het opbouwen van een duurzame carrière.
Tekst: Cheyenne Bloemberg