Marinke Moesker

Robbert van den Bergh: ‘Op het toneel mag je groot zijn, daarbuiten bescheiden’


Veel van de grootste musicalproducties van de afgelopen twintig jaar hebben één ding gemeen: Robbert van den Bergh. Met een indrukwekkende reeks uiteenlopende rollen op zijn naam is hij voor menig musicalliefhebber een bekend gezicht – of op zijn minst een bekende stem (als voice-over van één van de grootste supermarkten van Nederland). Dit seizoen trekt hij de jurk aan van Ruth, de manipulatieve moeder van Rose in Titanique: de hysterische musicalhit die de film Titanic, de muziek van Céline Dion en een flinke dosis glitter samen in een blender gooit. We spraken hem over improviseren, passief-agressieve personages, een mogelijk verglitterde versie van Soldaat van Oranje en de vraag die de wereld al jaren bezighoudt: had Jack eigenlijk gewoon op die deur gepast?

Dit interview liever kijken of luisteren? Klik dan op de podcast onder aan deze pagina!

Je speelt al jaren in verschillende musicals. Wat maakt het genre musical zo aantrekkelijk voor jou?
“Dat alle facetten van wat ik leuk vind aan theater daarin samenkomen; zang, spel en dans. 
Ik was acht toen ik naar Jeugdtheater Hofplein in Rotterdam ging. Mijn moeder nam mij mee en ik dacht: Ja, dit is het! Dat heb ik tien jaar lang gedaan. Rond mijn zeventiende ging ik naar de Toneelschool Amsterdam en daarna naar de Musicalopleiding Tilburg. Toen had ik een uitwisselingsprogramma met ArtsEd Musical Theatre in Londen, waar je audities kan doen en wordt aangenomen voor shows. Ik was 21 toen ik mijn eerste show, Crazy for you, deed. En dat is nu meer dan twintig jaar geleden.

De laatste jaren ben ik meer gaan variëren. Soms ook noodgedwongen. Ik deed bijvoorbeeld een voorstelling waarvan de producent failliet ging. Toen kwam ik in een ander hoekje terecht met meerdere combinaties en met televisie. Ik heb de afgelopen jaren dus ook tv-series gedaan. Juist die combinatie van televisieseries, theater en zelf af en toe regisseren vind ik heel tof.”

Titanique neemt een film die mensen bijna als heilig zien, een beetje op de hak. Was je zelf meteen verkocht?
“Ik ben nu twee keer met mijn beste vriend, die al jaren company manager is in het musical vak, naar New York geweest. Tim Driessen – met wie ik Jersey Boys heb gedaan – appte mij toen: ‘Ga naar Titanique, dat schijnt fantastisch te zijn.’

We hadden die week al heel veel shows gezien en ik wist niet zeker of ik wel wilde, maar we zijn er toch heen gegaan in het Asylum Theatre. Het enige wat ik kon denken was: wat is dit? Het was hysterisch. We hebben zo hard gelachen, ze hebben zulke goede zangers. Later ben ik nog een keer naar West End gegaan met mijn partner. Toen vroeg ik me af of het net zo leuk zou zijn, maar daar ben ik nu ook al twee keer naartoe geweest. Neemt het de film op de hak? Ja, een beetje. Het is er een komische versie van.”

"Het is een klein groepje met
wie je samen iets heel tofs kan maken"

Je speelt Ruth, de moeder van Rose. Waarom trok die rol je aan?
“Waarom niet? De grap is dat zij de originele mean girl is. Ik vind slechte karakters sowieso altijd erg leuk. De rol die ik nu mag spelen, is zo geweldig. Ze wil gewoon dat haar dochter trouwt met een hele rijke man zodat ze er zelf ook beter van wordt. Er zit zoveel humor in en het is zo’n toffe rol om te spelen, dat ik meteen dacht: dat is echt mijn rol.”

Het is ook een beetje een passief-agressieve rol. Doe je iets om van tevoren in die mindset te komen?
“Wat ik zo tof vond aan de versie van acteur Carl Mullaney in Londen, was dat hij ook reageerde op mensen uit de zaal. Er zijn twee improvisaties voor deze rol en ook voor Céline zit er één grappige improvisatie in. Je moet dus heel erg in het moment staan, heel scherp zijn en weten wat voor actualiteiten er spelen in het land. Komische timing is best wel lastig. Als je te veel doet, wordt het flauw. Dus er zit nuance in. Nederlanders houden over het algemeen wel van onderkoeldheid en droogheid. Brigitte Kaandorp en Chantal Janzen hebben dat bijvoorbeeld heel erg. Je moet erg in het nonchalante staan, maar ook dicht bij de ontspanning blijven. Die combinatie is heel lastig, maar ook heel tof om te doen.”

Hoe vind je in je acteerwerk de balans tussen de geliefde sfeer van de film Titanic en de absurde humor van de parodie?
“Deze rol is natuurlijk niet heel erg geliefd. Komedie is ook oprechtheid, dus ik denk wel dat wij als acteurs heel erg overtuigd moeten zijn van wat we spelen. Met een knipoog. Dus de scène dat de moeder in de kamer staat en Rose’s korset strak trekt en dan zegt: ‘I forbid you to see that man ever again, Rose’ dat moet je wel volledig in volle overtuiging kunnen zeggen. Ik denk dat de sfeer en de teksten van Titanique het wel zo komisch maken dat het een goede combinatie samen is.”

In deze versie wordt het verhaal vertelt alsof Céline Dion er bij was. Wat zou je haar vragen als zij daadwerkelijk een avond in de zaal zou zitten?
“Of ze het wel trekt. Ze is ervan op de hoogte dat deze show bestaat, dus het kan. Volgens mij zijn er ook een paar mensen uit haar inner circle geweest. Ik zou haar willen vragen of ze de show en ons tof vond. En hoe het is om haarzelf op het toneel gepersifleerd te zien worden. Ik denk dat ze eerder naar New York zou gaan, maar ik zit straks iedere avond de zaal in te kijken of ze er is.”

Titanique zit vol verwijzingen naar popcultuur. Moet je daar veel gevoel van timing en actualiteit voor hebben?
“Het is wel belangrijk. Als ik me eenmaal veilig genoeg in een rol voel en de zaal zit lekker mee, kan ik er ook wel op inhaken. Het is wijs als je een soort leidraad hebt waar je je aan vasthoudt tijdens het acteren, maar er zitten twee improvisatiemomenten in de voorstelling waarbij het leuk is om gebruik te maken van iets wat in Nederland gebeurt, als het heel erg op het verhaal slaat. Ik denk dat dat ook wel de charme van de voorstelling is.”

"Je moet me zien,
want ik denk dat ik echt
perfect voor deze rol ben"

Wat maakt deze cast zo bijzonder ten opzichte van andere producties waar je in hebt gespeeld? 
Moulin Rouge heb ik ook op Broadway gezien, daarbij dacht ik: wát een show. Bij Titanique had ik hetzelfde. Als dít komt, wil ik dat heel graag doen. Ik heb Hans Cornelissen zelf een appje gestuurd dat ik wilde komen casten: ‘Je moet me zien, want ik denk dat ik echt perfect voor deze rol ben.’ Soms moet je jezelf een beetje verkopen en dat heb ik hier gedaan.

Ik heb met de meeste mensen uit de cast nog niet samengewerkt. Met Thijs Kokke zit ik nu in Moulin Rouge. Met Calvin en Renée heb ik nog niet samengewerkt. We hebben nu alleen nog maar de Musical Awards gedaan. Dat was een hele leuke club mensen met een fijne sfeer, dus ik kijk er heel erg naar uit. Het is een klein groepje met wie je samen iets heel tofs kan maken.”

Titanique is het verhaal van Titanic, maar dan helemaal verglitterd. Als je één andere musical uit je carrière dezelfde behandeling moet geven, welke wordt het dan?
“Het eerste wat in me opkomt, is Soldaat van Oranje. Dat zou heel gek zijn.

Titanique is een show met heel veel referenties naar bijvoorbeeld RuPaul’s Drag Race. Dus Jersey Boys, wat natuurlijk echt zo’n mannenshow is, zou wel heel grappig zijn om te verglitteren. Dus die of Soldaat van Oranje, wat een heel zwaar verhaal is. Allebei die shows zou ik dan zeker nog wel een keer willen spelen.”

Wat is het gekste wat je ooit on stage hebt meegemaakt?
“Ik ben een keer gevallen op het toneel bij Jersey Boys. Bij de eindmonoloog zouden we uit de grond omhoog komen. Ik overleed in de voorstelling en liep dan af. De regisseur had van tevoren tegen ons gezegd: 'Neem even een shotje whisky voordat jullie opkomen, om die eindmonoloog wat soepeler te laten lopen.' Dat namen we met zijn allen iets te serieus.

Dus wij nipten iedere keer aan die whisky. Op een gegeven moment had ik gewoon twee whisky op en toen verstapte ik me en viel ik languit op de trap, terwijl de andere jongens moesten wachten. Er werd door Tim nog een grap over gemaakt waardoor de hele zaal ging lachen. Dat was wel een gênant moment binnen de voorstelling.”

"Neem even een shotje whisky voordat jullie opkomen,
om die eindmonoloog soepeler te laten lopen"

Er wordt vaak van musicalacteurs verwacht dat ze alles kunnen; zingen, dansen en acteren. Waar voel jij je het meest in thuis?
“Spel. Dat is altijd mijn basis geweest. Je hebt jongens die van kinds af aan op dansen of zingen hebben gezeten. Ik heb dat met spel gehad. Ik was altijd veel met spel bezig en aan het acteren. Als jongetje regisseerde ik ook al wat op school. Ik ben niet voor niets eerst naar de toneelschool gegaan om acteur te worden, tot ik er daar achter kwam dat ik meer allround wilde worden opgeleid en naar de musicalopleiding ben gegaan. Daar heb ik gemerkt dat spel mijn sterkste kant is.

Na meer dan twintig jaar werken, zit ik nu in Foxtrot. Een rol waarvan ik eigenlijk dacht dat ik dat niet zou kunnen. Ik ben er heel trots op dat ik dat toch kan: het dragen van een hoofdrol waarbij je zingt, danst én acteert. Ik ben heel erg uitgesproken, maar op sommige momenten ben ik heel bescheiden. Soms denk ik: kan ik het wel? 

Sommige mensen zijn echt een drievoudige kracht. Er zijn ook altijd wel jongens die me inhaalden en de hoofdrol speelden, terwijl ik bijrollen bleef spelen. Ik ben er dus heel trots op dat ik dit nu toch heb kunnen doen. En een rol als Jules in Foxtrot is ook echt een triple threat rol.”

Wie zijn op muzikaal gebied jouw voorbeelden geweest?
“Frank Sinatra, Billie Holiday, Amy Winehouse en Whitney Houston. Ik ben ook best wel een jazz-liefhebber. Maar Céline Dion is echt mijn grootste… nee, eigenlijk helemaal niet. Erg, hè?”

Wat is jouw absolute droomrol?
“Scar wil ik heel graag spelen. Ik heb daar nu drie keer auditie voor gedaan en ben ook drie keer afgewezen. Maar weet je wat het is? Iedere keer komt er wel weer iets nieuws op je pad, waarbij je denkt: Ja, maar dít wil ik doen. De laatste tijd ben ik een paar keer in Londen geweest. Daar speelt nu een soort klucht: Oh, Mary! Het zijn vrouwen, ook trans actrices die allemaal de rol van Mary Lincoln spelen. Ik vind dat fantastisch. Dat stuk is zo tof. Dus iedere keer kom je wel weer iets nieuws tegen wat je wil spelen.”

"Zorg dat je van jezelf houdt
en dat je een stabiel mens bent
om mee te werken"

Als je één advies mag geven aan jonge musicalliefhebbers die dromen van een podium, wat zou dat zijn?
“Omdat ik een uitgesproken persoon ben, maar wel heel gevoelig, heb ik een lastige weg gehad in mijn carrière. Vanuit daar kan ik mijn advies geven, omdat ik dat zelf heb meegemaakt. Ik vind dat een bepaalde bescheidenheid je siert als mens. We zijn natuurlijk allemaal ego’s in het vak, we willen op een toneel staan en we willen onszelf laten zien. Er zit iets van je persoonlijkheid in wat interessant is voor mensen om naar te kijken. Ik vind dat je dat op het toneel moet neerzetten en bescheidenheid daarachter moet hebben. Je moet gedreven zijn en hard werken, dus ga ervoor. Investeer in jezelf, investeer in je gezondheid, investeer in je talent. Zorg dat je oké bent met jezelf, zonder arrogant te worden. Zorg dat je van jezelf houdt en dat je een stabiel mens bent om mee te werken. En heb geduld, het komt vanzelf wel.”

Tot slot: was er genoeg ruimte voor Jack op de deur?
“Ja.
Ja, Rose! Laten we daar even duidelijk over zijn.
Arme Jack.”

Tekst: Cheyenne Weijers

Meer weten? Beluister het complete gesprek via onze podcast Theater Praat op Spotify en YouTube! 
Robbert staat met Titanique op dinsdag 15 en woensdag 16 september 2026 in Theater Lampegiet. 

 

Zet mij op de wachtlijst

Wenslijstje

Toegevoegd:

Naar wenslijstje

Inschrijven voor de nieuwsbrief